shutterstock_293306069_edited_edited_edited_edited.png
Logo-def-mariska-06.png
shutterstock_134026088_edited_edited.png

Dragen en Hechting.

Elk ukje wordt geboren met bepaalde reflexen. Deze worden door de verloskundige getest zodra je ukje geboren is. Die reflexen worden aangestuurd vanuit de hersenstam, en zorgen ervoor dat je ukje zich kan hechten aan de omgeving. Hechten is naast voeding, bescherming en verschoning, een van de eerste levensbehoeftes van je ukje, en gelukkig hebben we daar steeds meer oog voor.

Een ukje wordt geboren met ongeveer 25% van de totale hersencapaciteit. Dit is een kwart van wat ze na een jaar of twee hebben ontwikkeld.
In de eerste twee jaar van je ukje neemt die herseninhoud dus met 75% toe.
Na die eerste twee jaar blijft de hersenontwikkeling toenemen en verfijnen, maar de grootste stappen worden dus gezet in die eerste twee jaar.

Dit gaat gedeeltelijk vanzelf, maar het is al langere tijd duidelijk dat positieve stimulans helpt bij het ontwikkelen van de hersenen. Bij die positieve stimulans kun je denken aan: Beweging, Aanraking, Responsief reageren op signalen van je ukje, tegen je ukje praten, Voeden op verzoek, en Hechting.
Ik ga hier voornamelijk in op de Hechting, omdat de andere punten daarmee vanzelf afgevinkt worden.

0 - 3 Maanden.

Jouw ukje hecht zich in eerste instantie aan iedereen die in de buurt van je ukje leeft. Dit doet hij door bijvoorbeeld het vastpakken van een vinger, of het lachen naar iemand die contact maakt met je ukje.

De reflex van je ukje is ‘houd van mij, ik kan niet voor mezelf zorgen als mijn mama en papa er niet zijn’, niet wetende dat hij een mama en papa heeft die voor hem zorgen en in een westerse wereld geboren is waar alles goed geregeld is.
Dit is de ‘niet-selectieve’ hechting, aangedreven door reflexen.

In de eerste drie maanden reageert je ukje voornamelijk vanuit die reflexen. Wat voel ik, wat gaat er gebeuren, wie zorgt er voor mij, wie ben ik eigenlijk!? Je ukje heeft een verzorger nodig die hem helpt de prikkels te verwerken.

Door in deze periode te dragen bevestig je zijn veiligheidsgevoel en bouw je de basis hechting op.

Vanaf 12 weken.

Vanaf 12 weken ga je merken dat je ukje zicht gaat hechten aan de personen die het meest responsief met hem omgaan. De ‘reactieve hechting’ neemt het over van de reflexmatige hechting. Als ouders zijnde merk je dit ook, en dit zorgt er dan weer voor dat het de band tussen jou en je ukje versterkt. Je ukje observeert alles om zich heen, en heeft behoefte aan herhaling en voorspelbaarheid. Vanuit een drager kan je ukje meekijken met alles wat je doet en meemaakt, en op een ontspannen en veilige manier leren wat het dagelijkse ritme is.

De drager zorgt ervoor dat jouw ukje de wereld kan zien en ontdekken vanuit jouw hoogte (in plaats van in een wagen). Dit heeft onder andere als voordeel dat de hersenen sneller verbindingen maken tussen synapsen doordat je ukje in de doek meer geprikkeld wordt (dit komt overigens ook door het huid-op-huid contact).

Je ukje krijgt ook sneller inzicht in sociale processen. En door het gevoel van veiligheid zou je jouw ukje ook een meer positief zelfbeeld geven.

Ongeveer 5 - 6 maanden.

Rond de vijf a zes maanden maakt je ukje het kringetje van personen waaraan hij zich hecht weer iets kleiner. Alleen als je vaak en actief met je ukje ‘speelt’ en contact maakt, word de band nog hechter. Af en toe even aanwezig zijn is niet meer voldoende.
Toch wil je ukje in deze fase meer van de wereld zien. Een arm uit de doek, om zich heen willen kijken, misschien zelfs onrustig worden bij het proberen te knopen van de doek. Dit is geen teken dat je ukje niet meer gedragen wil worden.
De wereld mag wel wat groter worden, dus kun je kijken naar het heup of rug dragen. Misschien is dat de oplossing waar zowel jij als je ukje blij van worden. Want hoewel de interesse gewekt is voor meer van de omgeving, is het nabije contact en geborgenheid nog wel heel belangrijk voor je ukje.

De drager biedt dan ook weer een mooie filter. Als een ukje moe is valt hij in slaap en zal de doek hem afschermen tegen de buitenwereld. Ook kunnen mensen van buitenaf minder makkelijk in de doek “graaien” dan in een kinderwagen, zeker op hele drukke plekken erg prettig voor zowel jou als je ukje.

Ongeveer 7 - 8 maanden.

Welkom eenkennigheid. Voor veel ouders een moeizame en pittige periode. Overal waar jij jouw kleintje eventjes achter wilt laten start er een flinke huilbui waardoor je moedergevoel zowat ontploft. Je voelt je zelfs bijna schuldig om even naar het toilet te gaan. Om af en toe helemaal moedeloos van te worden.
Je ukje begrijpt namelijk ineens dat jij na je vertrek nog wel bestaat, maar dat je niet bereikbaar bent. Het hele feit dat jij straks weer terugkomt is totaal onbegrijpelijk, en dus: ALARM! 
Uiteraard kun je niet continu je ukje overal mee naartoe nemen, maar voor die momenten waarop het wel kan is de drager een echte uitkomst.

8 - 9 maanden en verder.

De kritieke fase van de hechting word rond deze leeftijd afgesloten. Uiteraard blijft de hechting nog toenemen de komende tijd, en ook de behoefte aan het ‘gedragen worden’ blijft aanwezig.

Je ukje handelt in deze fase niet meer zozeer uit reflex, maar begint actie - reactie te begrijpen. Hij snapt dat handelen effect heeft op zijn eigen leventje en op dat van een ander. Dit is soms best overweldigend, en dan zullen ze toch de veilige nabijheid van mama/papa weer willen voelen. 
Je ukje leert op die manier van de sociale contacten die je legt met de buitenwereld, en geniet ondertussen van het contact dat hij heeft met jou, veilig in de drager.

De hechting tussen jou en je ukje is uiteraard niet alleen afhankelijk van het dragen, hier spelen veel meer factoren een rol.

Maar dat is veel te uitgebreid om hier in deze korte tekst te omschrijven.

Mocht je graag meer willen weten over de hechting en de processen daar om heen dan zou je het boek van John Bowlby, de hechtingstheorie kunnen lezen. Ook het boek van Steven Pont, Mensenkinderen, is een erg interessant boek.

vrouwmetdraagdoek_Tekengebied 1_edited.png